
In 2020 verscheen, te midden van de Corona crisis, ons boek ‘Zorgenmeisje.’ In het voorwoord omschrijf in ons zorgverhaal als een bergtocht die we met het hele gezin ondernemen.
Waar we aanvankelijk alleen maar oog hadden voor de top die we wilden bereiken met Marie door haar aan te moedigen, te stimuleren en het uiterste uit de kan te halen, vonden we onderweg meer rust en lieten we haar haar gang gaan.
Waar we aanvankelijk het voortouw namen, vonden we onderweg het vertrouwen dat zij onze gids is. Zij voelt aan welk pad ze moet inslaan en helpt ons in het nemen van beslissingen.
Onderweg namen we afscheid van mensen die ons tempo niet volgden. We sloegen zijwegen in en maakten kennis met supporters die anders nooit ons pad zouden gekruist hebben. Supporters geven ons erkenning, hebben een luisterend oor en kunnen vanuit hun eigen ervaringen ons verder de weg wijzen.
Momenteel zijn we ongeveer halverwege de berg beland en leerden we genieten van het landschap. De top is niet langer ons doel.
Vandaag kwam opnieuw de berg in beeldspraak aan het woord. Ik voel dat de zorg als een zware massa op mij weegt en waar ik enorm tegen op zie. Ik projecteer het gevoel die ik ervaar bij die bergen teveel op haar en zie te weinig dat Marie voor deze bergen staat te blinken.
Er is de zorgberg. De berg die op dit moment helemaal in de mist boven alles torent. De vele telefoontjes overdag waarmee ik de rust in haar hoofd kan doen terugkeren, de stortvloed van vragen die op me afkomen, het constant denken in haar plaats en blijven duwen op wat ze nodig heeft, het magneetje dat zich vastklikt en alle energie uit mij zuigt,…
De berg vol kwaadheid is er eentje die van binnenin met momenten zwaar kookt maar aan de buitenkant alle rust uitstraalt. Kwaad omdat er nog steeds beslissingen worden genomen boven ons hoofd waar we niets van inspraak in krijgen, kwaad omdat de zorg en de noden die ze heeft nog steeds zo onzichtbaar blijven voor velen, kwaadheid omdat ‘eeuwige positivo’s’ met hun zalvende woorden onze mantelzorg teniet doen.
De berg vol strijdkracht is er eentje die bij momenten in de omgeving verdwijnt en bij momenten terug de kop opsteekt. Vechten om haar rechten, blijven aanhalen wat afspraken en/of vragen zijn, haar kwetsbaarheid blijven in de kijker zetten omdat velen ervan uitgaan dat ‘wat je niet ziet, niet bestaat’.
De berg van moedeloosheid, angst en wanhoop komt vooral na zonsondergang tevoorschijn. Gedachten, herinneringen en doemscenario’s blijken vooral ’s nachts tot hun recht te komen en ’s nachts lijkt ook alles erger dan het (soms) is. Hoe lang houden we dit nog vol, hoe lang zal ze zo afhankelijk blijven van ons en vooral van mij, hoe lang kan een dochter klein blijven…
Gelukkig staat er voor die bergen een glimworm te stralen. Het is aan mij om mijn blik veel meer op haar te richten.
Want zij is iemand die je alleen maar graag kan zien. Iemand die ook anderen onvoorwaardelijk kan graag zien. Iemand die je hart verovert en erin komt wonen. Iemand die ‘ik zie je graag’ wel 1000 keer per dag in mijn oor ‘fluistert’. Iemand die knuffels geeft omdat ze je wil vertellen dat het goed komt en haar als gids mag vertrouwen.
Straal lieve Marie, straal. Ik doe gerust mijn zonnebril aan.